9. Aan de stok

“Mag ik je wat vragen?” Het klonk een beetje op een zeurderige toon. Ik had er helemaal geen zin in. Ik had net een hele zware sessie met mijn psycholoog gehad en was nu juist naar het winkelcentrum gewandeld om even mijn hoofd te legen. Ik zette een glimlach op en zei vriendelijk: “Ja hoor.” De slungelige jongen zei: “Je keek net op je horloge.” “Jaaa…?” antwoordde ik vragend en kreeg steeds meer het gevoel dat ik hier op dit moment geen zin in had. “Maar je bent blind!” riep de jongen verbaasd uit. “Ik ben niet blind” antwoordde ik geïrriteerd, waarop de jongen verontwaardigd zei: ”Maar je loopt met een stok!”. Mijn toch al korte lontje was in 1 keer opgebrand en ik snauwde hem toe dat ik helemaal niet blind ben, maar slechtziend. De jongen wilde me nogal sullig herhalen en zei: “Slecht…” maar ik kapte hem af. “Ja slechtziend ja, google het maar!” Woest met mijn stok heen en weer pendelend en een gezicht op onweer stormde ik weg.

Een paar jaar geleden liep er bij ons door de straat een wat oudere man met een taststok. Iemand zei over hem dat hij helemaal niet blind is en alsof doet. Helaas wist ik op dat moment zelf nog te weinig over de verschillende soorten slechtziendheid en stokken en heb er verder op dat moment niet op gereageerd. Maar nu heb ik deze meneer al een paar keer als voorbeeld genomen en het voor hem opgenomen.

Vorige week had ik een etentje met mijn drie goede slechtziende vrienden en hun partners en kwam het onderwerp stok ter sprake. Ook hier hoorde ik veel situaties van onbegrip van buitenaf. De meeste mensen denken dat als je met een stok loopt, je blind bent. Hoe vaak ik wel niet op straat een kindje aan zijn moeder hoor vragen “Mama, wat heeft die mevrouw in haar hand?” en de moeder antwoord: “Die mevrouw is blind en met die stok weet ze waar ze loopt”.  Er is zoveel onwetendheid. Ik snap het, als je er zelf niet mee te maken hebt en het is je nooit geleerd of verteld, dan weet je het niet. Maar daar wil ik nu dus iets aan veranderen.

Het merendeel van de mensen die met een taststok loopt is NIET blind, maar slechtziend. Je bent slechtziend als je visus 30% of minder is of je gezichtsveld 30 graden of minder is. Een normaal gezichtsveld is overigens 140 graden.  De visus is niet met een bril of contactlenzen te corrigeren.  Maar dan zijn er ook nog eens heel veel verschillende vormen van slechtziendheid. Zo heb je het kokerzicht. De grootte van de koker kan variëren en zo klein zijn als een speldenknopje.  Het kan dus gebeuren dat iemand met een kleine koker wel bukt om tien cent van straat op te rapen omdat zijn koker waarmee hij of zij nog wel scherp kan zien precies op het kleine muntje viel, maar vervolgens tegen een grote grijze kliko op botst omdat deze, als hij of zij recht vooruit kijkt, buiten zijn koker valt.  Zo zijn er ook mensen die het omgekeerde van een koker hebben. Zij hebben dus een blinde vlek in het centrale zicht, maar hebben nog zicht in de buitenrand van het gezichtsveld. Als deze mensen iets geconcentreerds doen, zoals drinken inschenken, is het net of zij ergens anders heen kijken. Maar zo proberen zij de buitenste ring op het glas te richten.  Lezen is haast onmogelijk en zeer vermoeiend. Wel zullen zij wat van de omgeving meekrijgen.  Ook kunnen stukken uit het gezichtsveld weg zijn. Een soort gaten. Op plekken die je goed kent kunnen je hersenen dit vaak invullen. Maar bijvoorbeeld in het verkeer kan dit heel gevaarlijk zijn.  Zo kan er vanuit het niets een auto uit je blinde plek tevoorschijn komen.  Er zijn mensen die heel veel sneeuw zien. Als een testbeeld op televisie.  Of vervormd beeld. Of dubbel beeld, waarbij de beelden vaak niet alleen naast elkaar staan maar soms ook boven elkaar.  En welk van de fietsers die op je af komt is dan de echte?  En zo zijn er nog veel meer smaken.

Om even bij mij zelf te blijven, ik heb gelukkig (nog) de redelijk plain vanilla variant. Ik heb mijn volledige gezichtsveld nog maar heb alleen een hele lage visus. Daarbij zie ik wel floaters (zwevende zwarte vlekjes), heb ik heel veel last van lichthinder, nachtblindheid en is mijn centrale zicht nog iets minder scherp dan de buitenkant. Het kijken kost mij heel veel energie en levert veel verschillende pijnklachten op in mijn hoofd en om mijn ogen. Door visuele overprikkeling kan ik volledig overprikkeld raken. 

Als ik zou willen zou ik op wilskracht en uithoudingsvermogen nog zonder stok kunnen lopen, maar waarom doe ik dat dan niet? Zoals gezegd kost het kijken mij heel veel energie.  Als ik met de stok loop hoef ik minder naar de grond te turen naar hobbels en op- en afstapjes. Met de stok voel ik waar die zijn. Tijdens het wandelen doe ik geregeld op stukken waarvan ik weet dat het kan mijn ogen dicht om ze rust te geven.  Met de stok blijf ik immers voelen of ik nog recht loop. Het om hulp vragen in de winkel “Sorry, ik kan de wattenstokjes niet vinden of zien want ik ben slechtziend”. is een stuk simpeler met de stok in mijn hand.  Ik voel totaal geen noodzaak meer om mezelf nader toe te lichten. Mijn taststok fungeert dus ook gelijk als herkenningsstok. Er wordt veel meer rekening met mij gehouden omdat anderen zien dat ik slechtziend ben. Zo gaan mensen in druktes vaak voor mij aan de kant, wordt in de winkel vaak gevraagd of ik alles kan vinden of hulp nodig heb en word ik zelfs ongevraagd, en daar voel ik me dan best ongemakkelijk bij, door stoere stratenmakers aan de arm genomen als er ergens een stoepje open ligt. Regelmatig wordt bij het fabrieksterrein van Tate & Leyle waar ik vaak langs loop, het verkeer door een fabrieksmedewerker tegengehouden zodat ik rustig over kan steken. “Dank u wel hoor!” Roep ik dan vriendelijk. Ik blijf me er nog altijd wat ongemakkelijk bij voelen maar het is superhandig en ook super makkelijk.

Toen ik mijn stok net had vertelde iemand dat zij een keer op de fiets zat en iemand met een taststok langs de stoep zag staan. Ze vertelde dat hij in ene zijn stok uitstak en overstak. Zij schrok zich rot en schreeuwde: ”Kun je niet uitkijken!” …..Tactisch… dacht ik. Ik vertelde haar dat hij waarschijnlijk heel netjes zijn stappenplannetje volgde zoals hij dat geleerd had van zijn mobiliteitstrainer. Luisteren of er iets aan komt en als je denkt dat het kan steek je je stok uit en begin je direct te lopen.  Maar dit verhaal en inmiddels heel wat eigen ervaringen zetten me wel aan het denken. Wij stokgebruikers krijgen een uitgebreide training om te leren lopen met onze stok. Wij leren de regels en passen deze toe. Maar de rest van de bevolking kent deze regels vaak niet. En dat maakt het voor ons soms lastig om onze stappen uit te blijven voeren zoals we deze geleerd hebben.

Laatst wilde ik met de kinderen vlakbij school de straat oversteken en stond keurig te wachten omdat er auto’s aankwamen. Een auto stopte en riep: ”Toe maar hoor Marjolein, ga maar!”.  De kinderen en de andere ouders die stonden te wachten om over te steken vonden het prachtig, maar ik moet op dat moment nog beter gaan opletten of ik wel over kan steken. Er kan vanachter de auto een fiets tevoorschijn komen die mij door de stilstaande auto niet had gezien. En ik hem ook niet.

Zelf woon ik aan een vrij drukke straat waar ik altijd moet oversteken. Ik sta dus altijd stil langs de stoeprand. Het gebeurd regelmatig dat er een auto aankomt die stil gaat staan zodat ik over kan steken. Echter het gebeurd ook regelmatig dat er van de andere kant ook nog een auto komt, die niet stil gaat staan.  Dan kan er ook nog eens een fiets aankomen die gaat twijfelen of hij nog wel of niet voor me langs zal gaan.  Door de ronkende motor van de stilstaande auto kan ik niet meer goed horen of er nog ander verkeer aankomt van andere kanten plus ik voel me opgejut omdat hij op me staat te wachten. Het is me al eens gebeurd dat ik dus toch maar overstak omdat iemand voor me stopte en ik een voertuig van de andere kant gemist had. En hij mij ook. Gelukkig liep dat goed af, maar dat leerde me dat ik me niet moet laten opjutten door de wachtende auto. Ook al bedoelt deze persoon het nog zo goed.

Als jullie mij dus langs de straat volledig stil zien staan met mijn stok in de hand, dan sta ik niet als een hulpeloos vrouwtje te wachten totdat iemand mij helpt met oversteken. Ik sta geconcentreerd te luisteren of ik nog een auto aan hoor komen rijden, of misschien het getik van een fiets. En ik blijf daar net zo lang geconcentreerd staan luisteren totdat ik denk dat het veilig is om over te steken. Op dat moment steek ik dus mijn stok vooruit zodat een eventuele fietser die ik toch niet gehoord heb kan zien dat ik ga oversteken en nog kan afremmen of mij ontwijken. Zodra ik mijn stok uitsteek begin ik te lopen.

Ook al is het afremmen en stoppen door auto’s absoluut lief bedoeld, het kan gevaarlijke situaties opleveren en is dus niet gewenst.

Gepubliceerd door Marjolein Mulder

.

2 gedachten over “9. Aan de stok

  1. Geweldig Marjolein, jij bent een kanjer in het verwoorden van dit soort lastige onderwerpen. Ga je hiermee door want je kunt een ander hiermee heel goed tot steun zijn.

    Geliked door 1 persoon

    1. Hoi Hans! Bedankt voor je mooie woorden! Ik wil hier zeker mee door gaan. Het geeft me veel voldoening te schrijven en als je er andere mensen mee kunt helpen is het dubbelop leuk! 😘

      Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Maak je eigen website aan bij WordPress.com
Aan de slag
%d bloggers liken dit: